REGLEMENT VSF - JEUGDKAMPIOENSCHAP

Gaat door op zaterdag en zondag 23 & 24 februari en zaterdag 2 maart 2013 te Mechelen AB straat 2800.

REGLEMENT VSF - JEUGDKAMPIOENSCHAP

22-6-93, BM, gewijzigd door de vergadering van jeugdleiders van 13-2-93, BAV VSF 16/03/96, AV VSF 01/02/97, AV VSF 30/01/99, AV VSF 19/01/02, AV VSF 26/01/03, en AV VSF 16/06/2008, gewijzigd door de vergadering van jeugdleiders van 23/10/2010 en bevestigd door BAV VSF van 06/11/2010.

1. Organisatie
1.1.   Jaarlijks richt de VSF het individueel jeugdkampioenschap van Vlaanderen in, bij voorkeur buiten de krokusvakantie, gedurende twee weekends, bestaande uit zes gesloten hoofdgroepen voor de zeven erkende leeftijdscategorieën. De inrichting van dit kampioenschap kan worden toegewezen aan een kring op basis van de ontvangen kandidaturen.
 
1.2.   De indeling van de spelers gebeurt op basis van de leeftijd bij het begin van het lopende jaar:
-20 jaar (junioren) -16 jaar(scholieren)-12 jaar (miniemen)
-18 jaar (junioren) -14 jaar(kadetten) -10 jaar (pionnen)
-8 jaar   (pupillen)
In een hogere leeftijdscategorie spelen is toegestaan.
 
1.3.   Het kampioenschap omvat in principe bij de -12 tot -20 jaar negen partijen, gespreid over drie dagen van één uur per persoon en per partij.
Dit zijn dus 3 partijen van 2 uur per dag.
Aanmelden tussen 09 uur en 09 uur 45
1ste ronde start om 10 uur tot 12 uur
Middagmaal van 12 uur tot 13 uur
2de ronde van 13 uur tot 15 uur
3de ronde van 15 uur 30 tot 17 uur 30
 
1.4. De -8 en -10 spelen op één dag 7 ronden rapid Zwitsers systeem van 30 min per speler en per partij als volgt:
Aanmelden van 08 uur 30 tot 09 uur 15
1ste ronde start om  09 uur 30 tot 10 uur 30.
2de ronde start om  10 uur 40 tot 11 uur 40.
3de ronde start om  11 uur 50 tot 12 uur 50.
Middagmaal  van   12 uur 50 tot 13 uur 20
4de ronde start om  13 uur 20 tot 14 uur 20
5de ronde start om  14 uur 30 tot 15 uur 30
6de ronde start om  15 uur 40 tot 16 uur 40
7de ronde start om  16 uur 50 tot 17 uur 50

1.5.   De modaliteiten van de organisatie (plaats, data...) worden minstens zes maanden vooraf bekend gemaakt.

2.    Deelnemers.

2.1.   De categorieën -20 jaar en -18 jaar spelen in één reeks.

2.2.   De deelnemerslijst van elke categorie bestaat uit 1 jongen en 1 meisje van elke liga, aangevuld met, voor elke reeks 6 afgevaardigden waarvan in elke categorie indien mogelijk een 2de meisje wordt opgenomen van elke liga.

De liga-jeugdleider of zijn/haar plaatsvervanger, geeft de namen van alle geselecteerden voor zijn liga door ten minste één week voor de aanvang van het toernooi.

2.3.   De afgevaardigde spelers dienen woonachtig te zijn in België en hun eerste aansluiting te hebben in de liga die hen afvaardigt.

2.4. De Vlaamse kampioen van elke categorie per geslacht en elke provinciale laureaat is gerechtigd deel te nemen aan het volgende kampioenschap in dezelfde categorie, voor zover hij/zij nog in deze categorie mag uitkomen, of in een oudere categorie.

2.5. De deelname aan het kampioenschap is gratis.

2.6. De organiserende kring mag één speler toevoegen aan het kampioenschap aan elke reeks die bij aanvang van het toernooi een oneven aantal deelnemers zou tellen.

2.7. Indien een jeugdspeler tijdens de selectiewedstrijden van zijn liga, door de KBSB uitgezonden wordt naar een buitenlands toernooi, krijgt deze speler een vrijplaats voor deelname aan het jeugdkampioenschap van Vlaanderen.

2.8. In de reeksen –20, -18, -16 en –14 zijn de vijf hoogst geklasseerde van de ELO-lijst van juli van het jaar voorafgaand aan het kampioenschap automatisch startgerechtigd.

2.9. LAUREAAT VAN DE PROVINCIE: Beste resultaat per provincie (liga) over alle reeksen. De winnaar is degene die de minste verliespunten heeft. Bij gelijkheid wint de speler die in de hoogste reeks uitkomt. Bij gelijkheid in dezelfde reeks, gelden de scheidingssystemen van 3.2.

LAUREAAT (LAUREATE) VAN VLAANDEREN: Beste resultaat over alle reeksen. Bij gelijkheid wint de speler die in de hoogste reeks uitkomt. Bij gelijkheid in dezelfde reeks, gelden de scheidingssystemen van 3.2.

3. Toernooireglement.

3.1. De categorieën –20, -18, -16, –14 en -12 jaar spelen 9 partijen op 3 dagen en de –10 en –8 jaar 7 partijen op één dag volgens de geldende versie van het Zwitsers systeem

3.2.   Volgende scheidingssystemen zijn van toepassing:

a) Voor het toekennen van de titel geldt Onderling resultaat. Indien gelijkheid of indien niet alle titelkandidaten tegen elkaar zijn uitgekomen, worden testmatchen gespeeld volgens het Blitz schaakreglement. Zijn er twee spelers dan spelen zijn twee wedstrijden met wit en zwart. Zijn er drie of meer, dan spelen zijn één gesloten toernooi enkele ronde. Indien na deze blitz testwedstrijden nog steeds gelijkheid bestaat, dan worden de titels verdeeld volgens de normale scheidingssystemen.

b) De normale scheidingssystemen zijn:
1.   Median-Bucholtz
2.   Kashdan
3.   Voortschrijding
4.   Sonnenborn – Berger
5.   Loting

3.3.   De winnaar in elke categorie is kampioen van Vlaanderen voor die categorie tot het nieuwe kampioenschap van het volgend jaar. Het beste meisje (jongen) in elke categorie is voor één jaar meisjeskampioen (jongenskampioen) van Vlaanderen voor die categorie tot het nieuwe kampioenschap van het volgend jaar. De kampioen –20 jaar is de speler (speelster) die eerst eindigt in de reeks (-18/-20 jaar). De kampioen –18 jaar is de eerstvolgende speler (speelster) die voldoet aan de voorwaarden van deze categorie

3.4.   De beste(n) in de einduitslag van het kampioenschap, in de reeks junioren wordt/worden door de VSF afgevaardigd naar het nationaal jeugdkampioenschap, gesloten groep. De volgenden in de uitslag zijn reserven. 

3.5.   De partijen worden niet verwerkt in het nationaal ELO-klassement.

3.6.   Een speler die minder dan de helft van het vooropgesteld aantal partijen speelt wordt niet in de einduitslag opgenomen.

4.    Wedstrijdreglement.

4.1.   De FIDE-regels voor quick-play-finish - partijen zijn van toepassing in hun laatst verspreide versie.

4.2. Het tempo van de partijen bedraagt voor de categorieën -12 tot -20 jaar 1.00 uur per partij quick-play-finish.

4.3.  Het tempo van de partijen bedraagt voor de categorieën –8 en -10 jaar 30 minuten per partij rapid-play. De spelers in deze categorieën behoeven hun zetten niet op te schrijven. De VSF vraagt evenwel dat ze in de mate van het mogelijke de zetten zouden noteren.

4.4. De organisator duidt een toernooileider aan die de leiding van het toernooi zal waarnemen en een hoofdwedstrijdleider. Deze twee functies mogen door dezelfde persoon worden uitgeoefend. De hoofdwedstrijdleider duidt hulpwedstrijdleiders aan (minstens één per zaal en één voor het maken van de paringen). Toernooileider en wedstrijdleiders dienen erkend te zijn door de VSF.

4.5.  Toernooicommissie
Voor de aanvang van het toernooi vraagt de hoofdwedstrijdleider aan bepaalde mensen of zij zich willen op de lijst van de toernooicommissie zetten betreffende de behandeling van mogelijke klachten tegen de toernooileiding, wedstrijdleiding of organisatie.
Na een mogelijke klacht worden uit deze lijst 5 niet betrokken personen door de hoofdwedstrijdleider aangeduid. De toernooicommissie bestaat uit de organisator of zijn vertegenwoordiger, één of twee spelers uit de hoogste klasse en bij voorkeur een aantal niet van dienst zijnde wedstrijdleiders.

4.6.   Er geldt een volledig rookverbod in de speelzaal.

5. Prijzengeld en premies.

5.1. Jaarlijks legt de VSF het maximumbudget en de aanwending (zoals prijzengeld – arbitrage – onkosten organisatie) hiervan vast die VSF verleent aan de organisator.

5.2. De organisator bepaalt de omzetting van het prijzengeld en de beschikbare fondsen in prijzen in natura. Geen geldprijzen worden uitgereikt.

5.3. In de mate van het mogelijke worden bij gelijkheid van punten prijzen gedeeld.

6. Diversen.

6.1. Dit reglement wordt voor particuliere omstandigheden jaarlijks eventueel aangevuld met een lokaal supplement.

6.1.1.Lokaal supplement.
Om aanspraak te kunnen maken op zijn prijs moet de speler/speelster persoonlijk aanwezig zijn  tijdens de uitreiking en moet hij / zij die persoonlijk gaan afhalen.

6.2. In alle onvoorziene omstandigheden beslist de toernooileider of de wedstrijdleider naargelang de bevoegdheid.

6.3. Klachten tegen de toernooileiding, wedstrijdleiding, of organisatie worden tot uiterlijk 20 minuten na het voorval ingediend bij de aangestelde toernooicommissie die ter zake een beslissing neemt. Tegen de beslissing van die toercommissie is geen beroep mogelijk.

6.4. De Liga’s zijn vrij in het kiezen van hun selectie methode.